Samenwerkingsverbanden in het betaald voetbal zijn ‘ongewenste moetjes’


ajax-haarlem-23Samenwerkingsverbanden in het betaald voetbal worden steeds meer gemeengoed. Feyenoord doet het met Excelsior, Heerenveen doet het met Veendam, AZ doet het met Telstar, PSV doet het een beetje met Eindhoven en Ajax wil ‘het’ doen met Haarlem… In alle drie de gevallen is er sprake van enige vorm van samenwerking. De vraag is alleen of er ook sprake is van Slim Samenwerken. Voegen de samenwerkingsvormen wel of niet iets toe aan een gezonde bedrijfstak betaald voetbal in Nederland?

Op het eerste gezicht zou je zeggen dat deze samenwerkingsvormen alleen maar winnaars kent. Voor de topclubs is het een mooi verlengstuk van de jeugdopleiding, voor de kleine clubs is het een manier om te overleven en voor de spelers is dit een kans op speelminuten op een hoger niveau. Echter, vanuit het perspectief ‘voegen de samenwerkingsvormen iets toe aan gezonde bedrijfstak betaalde voetbal’ wil ik wel een kanttekeningen plaatsen.

In potentie kunnen slimme samenwerkingsvormen een verrijking zijn voor het betaalde voetbal in Nederland. Concurreren op het veld (front-office) en samenwerken op alle back-office activiteiten kan prima bijdragen aan het besparen van kosten. Waarom zouden alle betaald voetbal organisaties niet gebruik maken van één en hetzelfde video-analysesysteem? En waarom worden alle medische gegevens en trainingsstatistieken niet beheerd in één overkoepelend systeem waar iedere club zijn gegevens in kan bijhouden?

Tot zover zie ik dus vooral kansen, echter wat mij tegenstaat is dat de meeste samenwerkingen worden geïnitieerd door een topclub en dat de kleine club vanuit financieel perspectief geen andere keus heeft dan samenwerking. Het, op deze wijze, kunstmatig in stand houden van kleine ‘profclubs’, met nauwelijks publiek en een ongezonde financiële basis, voegt naar mijn idee niets toe de bedrijfstak ‘betaald voetbal in Nederland’. Feit is namelijk dat veel van de samenwerkende kleine clubs, zonder de financiële en sportieve steun van de grote broer, al lang failliet zouden zijn.

Wordt het daarom niet eens tijd dat net als in het bedrijfsleven de beste en meeste gezonde bedrijven overblijven? Overal sluiten bedrijven hun deuren omdat ze de concurrentie strijd hebben verloren, te duur produceren of niet innovatief genoeg zijn. Overal worden kleine bedrijven overgenomen door de bedrijven die wel succesvol zijn. Alleen in de voetballerij is het mogelijk om jaar in jaar uit ondermaats te presteren en toch te blijven overleven met steun van gemeenten of steun van een grote broer. En dan maar hopen op betere tijden…

Al met al kunnen de samenwerkingsverbanden van grote waarde zijn voor de grote club, de kleine club én de spelers, maar of er sprake is van Slimme Samenwerkingsvormen die waarde toevoegen aan een gezonde bedrijfstak betaald voetbal waag ik te betwijfelen.

, , , ,

  1. #1 by Frank Lakwijk at 9 februari 2011

    Jeugdopleiding delen kan een werkelijke bijdrage zijn aan de kwaliteit van het product betaald voetbal als het een vorm zou hebben zoals vakopleiding voor een bedrijfstak. Dat is het nu (nog) niet omdat de partners een te klein aantal zijn (telkens maar 2) en ongelijk in grootte en invloed. Als de clubs hun verplichte minimum (10% van de begroting voor eredivisie, 5% voor de eerste divisie) in een pot zouden stoppen voor enkele regionale voetbalacademies dan kan er iets fantastisch worden neergezet. Dan kunnen alle clubs een aanbieding doen aan de talenten, zonder de besten eerst te zien vertrekken naar de grote partner en uit de tweede keus te moeten kiezen. De competitiewedsstrijd C3 jeugd van Feyenoord/Ecelsior tegen C1 van RBC bestaat dan natuurlijk niet meer.
    En ook: Naar wie gaat het geld dat voor een speler wordt betaald, meteen na de opleiding en bij latere transfers?
    Slim samenwerken is profiteren van synergie maar ook een stukje inleveren, altijd

(wordt niet gepubliceerd)
  1. Nog geen trackbacks.